Meer weten?

Details van het model

Het modelleerproces komt overeen met de methodiek die binnen de E&P industrie wordt gebruikt voor exploratiedoeleinden. Het modelleerproces omvat de interpretatie van de horizons in 3D en 2D seismiek in het tijddomein (TWT). Tijdgrids ontstaan door interpolatie van de seismische horizoninterpretatie (convergent gridding algoritme). Vervolgens wordt een conversie naar het diepte domein gemaakt met een snelheidsmodel, opgebouwd uit acoustische logdata en checkshot gegevens. De geïnterpreteerde stratigrafische markers ondersteunen de identificatie van horizons in de seismische data en ze bieden controle met betrekking tot de juiste diepte op de locatie van de boring na tijd-diepteconversie. Na de tijd-diepteconversie worden de verschillen tussen gekarteerde horizon en putdiepten geanalyseerd en in het model gebied gegrid met een kriging algoritme. Abnormaal hoge verschillen veroorzaakt door geologische structuren, zoals zoutkoepels en breuken, worden geïdentificeerd en lokaal gecorrigeerd. Met dit proces worden niet alle afwijkende gegevens geëlimineerd en het mag duidelijk zijn dat verschillen kunnen worden gegenereerd in alle stappen van de modelering. Het verkregen grid van residuen (verschillen in diepte tussen laag en put) wordt gecombineerd met de tijd-dieptegrids en omgezet in een stratigrafisch model, dat de dieptewaarden in de boringen honoreert. Als laatste worden de onzekerheden van de modellen bepaald door het berekenen van standaardafwijking (SD) op basis van stochastische simulaties van de horizons. Dit gebeurt voor alle laageenheden.

Kombrink et al., 2012 (PDF, 7,94 MB) NJG
Publicatie van het offshore model DGM-diep. Het artikel beschrijft het modelleerproces en resultaten van DGM-diep.

Notitie onzekerheidsanalyse (PDF,322 kB)
Beschrijving van de onzekerheids-analyse DGM-diep.

Nomenclator diep
De online beschrijving van de lithostratigrafische eenheden in de diepe ondergrond van Nederland.

Overzicht met modeleenheden DGM-diep v4.0 (PDF, 341 kB)
Legenda bij de visualisaties die op de tab met Ondergrondmodellen bekeken en opgeslagen kunnen worden. Het opslaan van de visualisaties wordt beschreven in de FAQ.

Data updates DGM-diep v4.0

Figuur 3 toont de aandachtsgebieden van het onlangs vrijgegeven onshore DGM-diep v4.0 model. Het model is gebaseerd op een ingrijpende (her-)interpretatie van onshore 3D seismische surveys. In de Roerdalslenk (Kenozoïsch model) en in de Provincie Limburg, zijn analoge 2D seismische lijnen gevectoriseerd en de digitale lijnen zijn opnieuw geïnterpreteerd. Voor het DGM-diep v4.0 gebied zijn 894 putten geselecteerd voor verder gebruik in het model. Alle boringen werden eerder geïnterpreteerd voor voorgaande versies van DGM-diep (v1.0-v2.0) en een aantal extra putten in de Roerdalslenk zijn opnieuw geïnterpreteerd.
Het onshore-tijd model is naar diepte geconverteerd met het VELMOD-3 snelheidsmodel. Dit is een update van VELMOD-2 (meer informatie Van Dalfsen et al., 2006 (PDF, 2,14 MB) en nlog.nl). De kaart van VELMOD-3 putten toont de locatie van alle onshore putten die zijn gebruikt om de snelheidsgrids samen te stellen (locatie kaart VELMOD-3). 833 uit 1636 on- en offshore putten zijn geraadpleegd voor het onshore VELMOD-3 snelheidsmodel.
Tijdgrids worden afgesneden op vooraf gedefinieerde laaggrenzen en vervolgens samengevoegd tot één samengesteld model in het tijddomein. Deze laaggrenzen die in eerdere studies (DGM-diep v1.0 en 2.0) gedefinieerd werden, zijn opnieuw bewerkt in gebieden met nieuwe 3D seismische interpretaties. Breukenpolygonen zijn opgenomen in het convergente gridding proces in gebieden met 2D seismische interpretaties omdat interpolatie met een schaarse dataset zou leiden tot slecht gedefinieerde breuklijnen. Breukpolygonen die zijn gebruikt in de interpolatie komen uit een recent verbeterd breukenmodel in de Roerdalslenk en uit DGM-diep v2.0 in de rest van het 2D-gebied.