Formatie van Tongeren

Beschrijver J.H.J. Ebbing, A. Menkovic & F.S. Busschers (download pdf)
Laatst bijgewerkt Maart 2003
Naam Tongeren
Rang Formatie
Naam van de moedereenheid Midden-Noordzee
Rang van de moedereenheid Groep
Code TO
Oorsprong Naam Dumont (1849) beschreef tertiaire afzettingen nabij Tongeren te Belgie als Tongrien. De Formatie van Tongeren in Zuid-Limburg werd formeel ingevoerd door Kuyl (1975).

Beschrijving lithologische kenmerken

Algemeen Binnen de Formatie van Tongeren komt een opeenvolging van drie sedimentpakketten voor. Van beneden naar boven bestaat de formatie uit:
  • Zand, zeer fijn tot matig grof (105-300 µm), zwak tot matig siltig, overwegend glauconiethoudend, soms glimmerhoudend, groengrijs en grijsgroen.
  • Klei, zwak, matig tot sterk zandig, glauconiethoudend, glimmerhoudend, donkergroen en grijs.
  • Zand, zeer fijn (105-150 µm), glimmerhoudend, weinig glauconiet, grijs en groengrijs.
  • Klei, grijs en groengrijs, schelpen, bruinkoollagen aan de top, zandlagen aan de top.
Dominant
  • Zand, zeer fijn (105-150 µm), glimmerhoudend, weinig glauconiet, grijs en tot grijsgroen.
Ondergeschikt
  • Klei, glauconiethoudend, glimmerhoudend, grijs tot donkergroengrijs.
Sporadisch
  • Vuursteen.
  • Zandsteen, gerold.
  • Kwartszand, matig fijn tot matig grof (150 – 300 µm).
  • Oesterbanken.
  • Nummulieten.
  • Bruinkool.
  • Detrituslaagjes.
  • Schelpenbankjes.
  • Grindsnoertjes.
  • Schelpenlagen en afdrukken van schelpenlagen.

Definitie en aard van de grenzen

Ondergrens Over het algemeen is de ondergrens scherp (discordant) op kalksteen van de Formaties van Houthem, Maastricht, of Gulpen, op glauconiethoudende (verkitte) zanden en kleien van de Formaties van Vaals of Aken of op formaties uit het Carboon. De ondergrens is ook scherp op de kleien die behoren tot de Formatie van Dongen, te herkennen door een plotselinge toename van het zandgehalte.
Bovengrens Indien aan de top een dunne laag platte afgeronde vuurstenen voorkomt, is de grens veelal scherp. Indien de bedekkende eenheid bestaat uit zanden en kleien van de Rupel Formatie kan de overgang geleidelijk zijn. De grens is scherp met de fluviatiele zanden en grinden van de Boven Noordzee Groep of met de eolische afzettingen (löss) van het Laagpakket van Schimmert (Formatie van Boxtel).
De grens is ook scherp wanneer kleien van het Laagpakket van Boom de bedekkende eenheid vormen. In Zeeland kan de bovengrens vaag zijn als zanden en kleien van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk) de bedekkende eenheid vormt.

Overige kenmerken

Kenmerkende eigenschappen De formatie bevat sedimenten met een sterk variabele lithologie, een afwisseling van zanden en kleien. Binnen de zanden komen zowel “coarsening-upward sequenties” als “fining-upward sequenties” voor. Soms zijn de kleien sterk door organismen doorgraven. Het kleigehalte in de afzettingen neemt soms toe naar de basis van de formatie.
Regionale lithologische verschillen Naar het zuiden wigt de formatie uit en neemt de aanwezigheid van de klei af. Naar het noordwesten neemt de dikte van de formatie toe. Naar het noorden wordt het onderscheid tussen de zanden en de zandige kleien minder duidelijk.
Binnen de Formatie van Tongeren worden de volgende eenheden formeel onderscheiden:
  • Laagpakket van Goudsberg; Klei, grijs en groengrijs, blauw, veelal kalkhoudend met schelpen en bruinkool- en zandlagen aan de bovenkant, aan de top veelal een laag platte, afgeronde vuurstenen.
  • Laagpakket van Klimmen; Zeer fijn (105-150 µm), glimmerhoudend, met weinig glauconiet, grijs en groen grijs van kleur, met aan de basis een laag platte, gerolde vuurstenen.
  • Laagpakket van Zelzate; Een afwisseling van zand- en kleipakketten: Zand, zeer fijn tot matig grof (105 – 300 µm), zwak en matig siltig, glauconiethoudend, groengrijs en grijsgroen. Klei, zwak, matig en sterk zandig, glauconiet- en glimmerhoudend, donkergroen en grijs. Binnen het Laagpakket van Zelzate worden, analoog aan de Belgische eenheden, de Lagen van Ruisbroek, Watervliet en Bassevelde onderscheiden.
Dikte De dikte van de formatie varieert van minder dan 1m tot maximaal 125m, waarbij de dikte toeneemt in noordwestelijke richting.

Typelocatie(s)

Holostratotype In België worden de volgende typelocaties gebruikt (Jacobs, 1975): Een tijdelijke ontsluiting langs de E3 bij Waasmunster, een aantal boringen (65DB3, 58DB6, 148DB2, 148DB3 en 235DB1, gebruikte codes van de Universiteit van Gent) en de boring 14E-194 bij Doel (Belgische Geologische Dienst) (Laagpakket van Zelzate). In Nederland wordt gebruik gemaakt van een samengesteld holostratotype.
Holostratotype Boring 62A0194 te Schin op Geul, traject 9,50 – 23,70 m beneden maaiveld (hier is de top van de formatie geërodeerd)
  Holostratotype 62A0194 van de Formatie van Tongeren (klik op de afbeelding voor vergroting)
Holostratotype Boring 62A0183 te Schin op Geul, traject 14,10 – 21,40 m beneden maaiveld (Laagpakket van Goudsberg).  
  Holostratotype 62A0183 van de Formatie van Tongeren (klik op de afbeelding voor vergroting)
Holostratotype Groeve De Heek (Ontsluiting 62A-14) te Heek. Boring 62A0184 te Heek, traject 0 – 22,50 m beneden maaiveld (Laagpakket van Klimmen).  
Holostratotype Boring 62A0184  
  Holostratotype 62A0184 van de Formatie van Tongeren (klik op de afbeelding voor vergroting)

Geografische verbreiding

Geografische verbreiding van de Formatie van Tongeren
Geografische verbreiding van de Formatie van Tongeren (open in pdf)

Genese voor zover relevant voor de faciësinterpretatie

De afzettingen van de Formatie van Tongeren zijn voor een deel afgezet in een lagunair (klei en zand) tot continentaal milieu (bruinkool). De glauconiethoudende zanden zijn gevormd in een ondiep tot kustnabij marien milieu. Een ander deel van de afzettingen is gevormd in een kustnabij marien milieu met een cyclisch karakter en duidelijke continentale invloeden. Locaal komen er onderbrekingen in de sedimentatie voor, mogelijk veroorzaakt door tektonische bewegingen. Door erosie kunnen delen van de formatie ontbreken.

Samenhang met andere lithostratigrafische eenheden

Relatie tot andere eenheden De afzettingen van de Formatie van Tongeren komen in België overeen met de volgende afzettingen:
  • De Formatie van Borgloon (Maréchal & Laga, 1988). Hierbinnen worden de Leden van Henis en Oude Biezen onderscheiden. In Nederland komt de Formatie van Borgloon overeen met het Laagpakket van Goudsberg.
  • De Formatie van Sint-Huibrechts-Hern (Maréchal & Laga, 1988). Hierbinnen worden de Leden van Glimmertingen en Neerrepen onderscheiden. In Nederland komt de Formatie van Sint-Huibrechts-Hern overeen met het Laagpakket van Klimmen.
  • De Formatie van Zelzate. In Nederland komt de Formatie van Zelzate overeen met het Laagpakket van Zelzate.

Van Adrichem Boogaert & Kouwe (eds., 1993) rekenen de zandige delen van de Belgische Formatie van Zelzate tot de Vessem Member van de Formatie van Rupel. De Formatie van Tongeren omvat de bovenste drie lagen van het vroeger omschreven Complex van Kallo (Wouters & Vandenberghe, 1994).
Mogelijke verwarring met andere eenheden Het bovenste deel van het Laagpakket van Zelzate kan verward worden met de Zanden van Berg uit het Laagpakket van Bilzen. Van Adrichem Boogaert & Kouwe (eds., 1993) rekenen dit deel van het laagpakket tot de Vessem Member van de Formatie van Rupel.

Relatie tot eerder beschreven eenheden

Naam van de eerder beschreven eenheden Het Kallo complex en de Zanden van Berg. Het in het zuidwesten van Nederland voorkomende deel van de Vessem Member van de Formatie van Rupel.
Oorspronkelijke literatuurverwijzing Kuyl (1975).

Ouderdom

Laat-Eoceen - Vroeg-Oligoceen.

Literatuur

Dumont, A., 1849, Rapport sur la Carte géologique du Royaume. Bull. Acad. Roy. Belg. (1), 16, 2e partie; p. 370.

Jacobs, P., 1975, Bijdrage tot de lithostratigrafie van het Boven-Eoceen en van het Onder-Oligoceen in Noordwest België. Proefschrift Rijksuniversiteit Gent.

Kuyl, O.S., 1975, Lithostratigrafie van de Mio-Oligocene afzettingen in Zuid-Limburg. In: Zagwijn, W.H. & C.J. van Staalduinen (red.), Toelichting bij geologische overzichtskaarten van Nederland. Rijks Geologische Dienst, Haarlem: 56-63.

Maréchal, R. & P. Laga (red.), 1988, Voorstel lithostratigrafische indeling van het Paleogeen. Nationale Commissies voor stratigrafie, commissie: Tertiair.

Van Adrichem Boogaert, H.A. & W.F.P. Kouwe (eds.), 1993, Stratigraphic nomenclature of the Netherlands, revision and update by RGD and NOGEPA. Mededelingen Rijks Geologische Dienst 50.

Wouters, L. & N. Vandenberghe, 1994, Geologie van de Kempen. Een synthese. NIRAS, NIROND-94-11, Brussel.



Verwijzen naar de Nomenclator:
[Auteurs], [Jaartal]. [Naam van de stratigrafische eenheid]. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond. Retrieved [Datum] from [Url].