Formatie van Heijenrath

BeschrijverM.A.J. Bakker & P.J.M. Kisters(download pdf)
Laatst bijgewerktMaart 2003
NaamHeijenrath
RangFormatie
Naam van de moedereenheidBoven Noordzee
Rang van de moedereenheidGroep
CodeHT
Oorsprong NaamDe eenheid wordt nieuw ingevoerd.

Beschrijving lithologische kenmerken

Algemeen
  • Vuursteenhoudende klei en leem, siltig tot zandig.
  • Leemhoudende vuursteenophopingen.
Dominant
  • Vuursteenhoudende klei en leem.
Ondergeschikt
  • Zandsteenblokken, zandinsluitsels, fijn tot grof grind.
Sporadisch
  • Niet van toepassing.

Definitie en aard van de grenzen

OndergrensDe Formatie van Heijenrath ligt concordant op het onverweerde deel van de Formatie van Gulpen en de Formatie van Vaals.
BovengrensDe formatie bedekt door löss (Laagpakket van Schimmert, Formatie van Boxtel) of ligt aan het maaiveld. Binnen het sedimentatiegebied van de Maas wordt de Formatie van Heijenrath veelal bedekt door afzettingen van de Maas. Plaatselijk komt een overgang voor naar zandsteenverkittingen van de Formatie van Holset.

Overige kenmerken

Kenmerkende eigenschappenDe vuurstenen zijn verweerd, gebroken en/of afgerond indien zij aan het oppervlak hebben gelegen. Naast recente bodemvorming zijn paleosols aangetroffen.
Regionale lithologische verschillenDe precieze samenstelling en het vuursteengehalte zijn afhankelijk van het oorspronkelijke materiaal waaruit de verweringsproducten zijn ontstaan.
DikteMaximaal 10 m.

Typelocatie(s)

HolostratotypeBoring 62C0047 te Heijenrath , traject 7,00 - 17,00 beneden maaiveld.

Holostratotype 62C0047 van de Formatie van Heijenrath (klik op de afbeelding voor vergroting)

Geografische verbreiding

Geografische verbreiding van de Formatie van Heijenrath
Geografische verbreiding van de Formatie van Heijenrath (open in pdf)

Genese voor zover relevant voor de faciësinterpretatie

De afzettingen van de Formatie van Heijenrath zijn ook wel bekend als ‘vuursteeneluvium’ en betreft het oplossingsresidu van kalksteen (in het algemeen de Formatie van Gulpen) in Zuid-Limburg. Dit verschijnsel is opgetreden daar waar de kalksteen boven het grondwaterniveau voorkwam. Dit heeft geleidt tot oplossings- en verweringsverschijnselen, waarbij een deel is opgelost of afgevoerd en een deel is omgezet in nieuwe mineralen. De precieze eigenschappen van het uiteindelijke verweringsproduct (de eluviale afzettingen, opgehoopt in dolines en orgelpijpen) is afhankelijk van de samenstelling van het oorspronkelijk gesteente. Felder (1961) heeft aangetoond dat de eluviale afzettingen een opeenvolging van vuurstenen hebben, die direct te correleren is met de opeenvolging van de niet-aangetaste formaties uit het Krijt.

Samenhang met andere lithostratigrafische eenheden

Relatie tot andere eenhedenDe Formatie van Heijenrath is ontstaan uit en komt voor in holtes van de Formatie van Vaals, de Formatie van Gulpen en de Formatie van Maastricht. De eenheid wordt als afzonderlijke formatie ingevoerd in de categorie “eolische, periglaciale, lokale afzettingen en sedentaten".
Mogelijke verwarring met andere eenhedenNiet van toepassing.

Relatie tot eerder beschreven eenheden

Naam van de eerder beschreven eenhedenNiet van toepassing.
Oorspronkelijke literatuurverwijzingDe eluviale afzettingen worden beschreven in Kuyl (1980).

Ouderdom

Het verweringsresidu is ontstaan vanaf het moment dat de kalksteen boven de grondwaterspiegel kwam te liggen (Plioceen tot Kwartair).

Literatuur

Kuyl, O.S., 1980. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland 1:50.000. Blad Heerlen (62W/62O). Rijks Geologische Dienst, Haarlem.

Felder, P.J., 1961. Het vuursteeneluvium in Zuid-Limburg. Grondboor & Hamer, 337-344.

Felder, W.M. & P.W. Bosch, 2000. Krijt van Zuid-Limburg. Geologie van Nederland, deel 5. TNO-NITG Delft/Utrecht, 192 pp.



Verwijzen naar de Nomenclator:
[Auteurs], [Jaartal]. [Naam van de stratigrafische eenheid]. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond. Retrieved [Datum] from [Url].