TNO - Kennis voor zaken
 
 
 
 
 

De geo-elektrische methode werkt op basis van "weerstanddetectie": een VES meting legt verschillen in de soortelijke elektrische weerstand in de ondergrond vast. Dat gebeurt met behulp van een accu en twee stroomelektrodes. Eerst wordt er stroom in de grond gebracht, waarna het potentiaalverschil over twee potentiaalelektrodes wordt gemeten. Dit potentiaalverschil levert samen met de stroomsterkte en een constante die afhankelijk is van de gebruikte meetopstelling, op basis van de Wet van Ohm de schijnbare weerstand van de ondergrond op.

De gemeten schijnbare weerstanden zijn gemiddelden van de bovenste lagen van de ondergrond. Een VES meting heeft een vast middelpunt. Tijdens de uitvoering van de meting worden de buitenste stroomelektrodes steeds verder uit elkaar gezet. Hoe verder de buitenste stroomelektrodes uit elkaar komen te staan, hoe dieper we in de grond kunnen "kijken".

De twee meest gebruikte meetopstellingen zijn de "Schlumberger"- en de "Wenner"-opstelling. Bij die eerste is de afstand tussen de twee middelste potentiaalelektrodes klein in vergelijking met de afstand tussen de potentiaal- en de stroomelektrode. Bij de Wenner-opstelling is de afstand tussen de vier opeenvolgende elektrodes (stroom-potentiaal-potentiaal-stroom) even groot. Het eindresultaat van beide meetopstellingen is ongeveer hetzelfde.



U kunt op de startpagina een gegevenstype selecteren en een aanvraag doen, u kunt gebruik maken van de grafische selectie om gegevens te selecteren of u kunt doorgaan naar de pagina Selectiegegevens invoeren voor VES-metingen.

Email: info@dinoloket.nl