TNO - Kennis voor zaken
 
 
 
 
 

Wanneer een opsporingboorgat geschikt is gemaakt voor de winning of de opslag van delfstoffen, gaat het boorgat een winningput of een opslagput heten, kortweg een put. Een put kan een enkel boorgat omvatten, maar ook een samenstel van boorgaten. Dat laatste is het geval wanneer een put zich ondergronds vertakt doordat er vanuit het eerste boorgat secundaire boorgaten zijn gemaakt, de zgn. ’sidetracks’. Een opsporingboorgat kan ook geschikt worden gemaakt voor meervoudig gebruik. Er kunnen bijvoorbeeld twee of meer winningsystemen (twee of meer buizen) in een boorgat worden aangebracht. Ieder van die buizen is dan een aparte winningput en dat betekent dat putten dezelfde locatie aan het aardoppervlak kunnen hebben.

Putten hebben in DINOLoket een code. Deze putcode is de code die TNO-NITG hanteert voor het boorgat dat gebruikt wordt. Als er meer dan één put in het boorgat is gemaakt, wordt er een volgletter aan de boorgatcode toegevoegd.

U kunt op de startpagina een gegevenstype selecteren als u gegevens wilt aanvragen.

Email: info@dinoloket.nl